Angststoornissen kenmerken zich door hevige, aanhoudende angst of vrees voor een bepaalde situatie, object, dier,… zonder dat er een reële bedreiging is. De term ‘stoornis’ slaat op het feit dat het jouw leven belemmert.
Angststoornissen kunnen in de volgende categorieën onderverdeeld worden:
- Fobieën: Bij een fobie heeft iemand een overmatige angst ontwikkeld voor specifieke zaken of situaties. De angst is echter niet in verhouding met het werkelijk gevaar en de persoon met de fobie is hier doorgaans van bewust. Je kan voor allerlei zaken een fobie ontwikkelen. Soms zaken die relatief vaak voorkomen, soms heel specifieke zaken waar het lijkt alsof je de enige bent met die fobie. Klassieke voorbeelden zijn een spinnenfobie, hondenfobie, rijfobie, claustrofobie, emetofobie, aviofobie,…
- Paniekstoornis: Deze stoornis kenmerkt zich door frequente (on)voorspelbare paniekaanvallen. Daarnaast gaat men zaken en/of plaatsen gaan vermijden die deze paniekaanvallen mogelijks uitlokken. Eerder vaak komt deze stoornis voor in combinatie met agorafobie (plaatsen waar je het idee hebt niet of niet snel genoeg weg te kunnen).
- Agorafobie: In de volksmond wordt dit wel eens pleinvrees genoemd maar dat dekt niet volledig de lading. Bij agorafobie ervaart men angst bij het gebruik maken van (openbaar) vervoer, drukke winkels, aula, mensenmassa, in een drukke rij staan,…) en/ of wanneer men alleen is. Men ervaart angst in deze situaties omdat het idee bestaat dat ontsnappen moeilijk is of hulp niet onmiddellijk beschikbaar is in geval van onbehaaglijke symptomen zoals hartkloppingen of duizeligheid. In ernstige gevallen durft iemand voor een lange tijd zijn of haar huis niet te verlaten.
- Sociale angststoornis: Deze stoornis kenmerkt zich door aanhoudende angst voor sociale situaties met (on)bekenden waar de betrokkene vreest kritiek te krijgen en/of bang is dat anderen hun angstklachten zouden opmerken. Deze situaties worden vermeden of doorstaan met intense angst.
- Post traumatische stressstoornis (PTSS): Formeel valt deze stoornis niet meer binnen de categorie ‘angststoornis’. Het toont er echter veel overlap mee en wordt (onder meer) behandeld doormiddel van exposuretherapie. Deze stoornis kan zich ontwikkelen na een zeer ingrijpende gebeurtenis waarin de betrokkene werd blootgesteld aan een dreigende dood of intens geweld. Voorbeelden hiervan zijn een natuurramp, een ongeluk, geweld en seksueel misbruik. Dit kan zich ontwikkelen na het zelf meemaken ervan, er getuige van te zijn geweest, het vernemen van een naaste die iets dergelijks heeft meegemaakt of het blootgesteld zijn aan afschuwelijke details (vb onderzoekers naar seksueel misbruik van kinderen) van zo’n gebeurtenis. De stoornis kenmerkt zich door regelmatig terugkerende onaangename en ongewenste herinneringen aan het trauma (flashbacks) overdag en/of tijdens de slaap. Deze flashbacks ontlokken een sterke lichamelijke reactie.
- Gegeneraliseerde angststoornis: Deze stoornis wordt ook wel eens de ‘piekerstoornis‘ genoemd. Men piekert dan over allerlei zaken en ervaart hier angst bij. Men heeft hierbij het idee dat men het piekeren niet meer onder controle heeft.