DOCS

Deze vragenlijst stelt vragen over 4 verschillende type zorgen die je misschien wel of niet ervaart. Voor elk type is een beschrijving van het soort gedachten (soms obsessies genoemd) en gedragingen(soms rituelen of compulsies/dwanghandelingen genoemd) die kenmerkend zijn voor die specifieke
zorg, gevolgd door 5 vragen over je ervaringen met deze gedachten en gedragingen.

Lees elke beschrijving zorgvuldig en beantwoord de vragen van elke categorie gebaseerd op je ervaringen van de afgelopen maand.

    Categorie 1: Zorgen over Bacteriën en Besmetting

    Voorbeelden…

    • Gedachten of gevoelens dat je besmet bent omdat je in contact kwam met (of in de buurt was van) een bepaald voorwerp of persoon.

    • Het gevoel besmet te zijn omdat je op een specifieke plaats was (zoals de badkamer).

    • Gedachten over bacteriën, ziekte of de mogelijkheid de besmetting te verspreiden.

    • Je handen wassen, desinfecterende handgel gebruiken, douchen, andere kleding aandoen, of voorwerpen schoonmaken vanwege zorgen over besmetting.

    • Een bepaalde routine volgen (zoals in de badkamer, tijdens het aankleden) vanwege besmetting.

    • Bepaalde mensen, voorwerpen of plaatsen vermijden vanwege besmetting.


    De volgende vragen gaan over je ervaringen met gedachten en gedragingen die te maken hebben
    met besmetting in de afgelopen maand. Hou in gedachten dat je ervaringen anders kunnen zijn dan
    de voorbeelden die hierboven opgesomd worden. Omcirkel het nummer dat voor je antwoord staat:






    Categorie 2: Zorgen over Verantwoordelijk zijn voor Schade, Verwonding, of Ongeluk

    Voorbeelden…

    • Twijfel dat je misschien een fout hebt gemaakt waardoor iets vreselijks of schadelijks zou kunnen gebeuren.

    • De gedachte dat een vreselijk ongeluk, ramp, verwonding, of ander ongeluk gebeurd zou kunnen zijn en je niet voorzichtig genoeg bent geweest om het te voorkomen.

    • De gedachte dat je schade of ongeluk zou kunnen voorkomen door dingen op een bepaalde manier te doen, tot een bepaald nummer te tellen, of door bepaalde ‘slechte’ getallen of woorden te vermijden.

    • Gedachten over iets belangrijks verliezen dat je waarschijnlijk niet verliest (zoals je portemonnee, identiteitsfraude, papieren).

    • Dingen vaker dan nodig controleren zoals sloten, schakelaars, je portemonnee, etc.

    • Herhaaldelijk vragen om of controleren op geruststelling dat er niet iets slechts gebeurd is (of zal gebeuren).

    • Mentaal nalopen van voormalige gebeurtenissen om zeker te zijn dat je niets verkeerds hebt gedaan.

    • De behoefte om een speciale routine te volgen omdat het schade of rampen zal voorkomen.

    • De behoefte om tot bepaalde nummers te tellen, of om bepaalde slechte getallen te vermijden, uit angst voor schade.


    De volgende vragen gaan over je ervaringen met gedachten en gedragingen die te maken hebben
    met besmetting in de afgelopen maand. Hou in gedachten dat je ervaringen anders kunnen zijn dan
    de voorbeelden die hierboven opgesomd worden. Omcirkel het nummer dat voor je antwoord staat:






    Categorie 3: Onacceptabele Gedachten

    Voorbeelden…

    • Nare gedachten over seks, onzedelijkheid, of geweld die tegen je wil in gedachten opkomen.

    • Gedachten over iets vreselijks, ongepasts, of beschamends doen dat je niet echt wil doen.

    • Een handeling herhalen of een speciale routine volgen vanwege een slechte gedachte.

    • Een mentale handeling doen of bidden om van een ongewenste of nare gedachte af te komen.

    • Vermijden van bepaalde mensen, plaatsen, situaties of andere triggers van ongewenste of nare gedachten.


    De volgende vragen gaan over je ervaringen met gedachten en gedragingen die te maken hebben
    met besmetting in de afgelopen maand. Hou in gedachten dat je ervaringen anders kunnen zijn dan
    de voorbeelden die hierboven opgesomd worden. Omcirkel het nummer dat voor je antwoord staat:






    Categorie 4: Zorgen over Symmetrie, Volledigheid en de Behoefte dat Dingen “Precies Goed” zijn

    Voorbeelden…

    • De behoefte aan symmetrie, gelijkheid, evenwicht, of precisie.

    • Gevoelens dat iets niet “precies goed” is.

    • Een routine herhalen totdat het “precies goed” of “evenwicht” voelt.

    • Zinloze dingen tellen (zoals plafondtegels, woorden in een zin).

    • Onnodig dingen in “orde” maken.

    • Iets steeds opnieuw moeten zeggen op dezelfde manier tot het “precies goed” voelt.


    De volgende vragen gaan over je ervaringen met gedachten en gedragingen die te maken hebben
    met besmetting in de afgelopen maand. Hou in gedachten dat je ervaringen anders kunnen zijn dan
    de voorbeelden die hierboven opgesomd worden. Omcirkel het nummer dat voor je antwoord staat: